Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den natuurgeleerde om hun klank en hun werking juist angstvallig worden vermeeden.

Hij spreekt van „zondige verleidingen", van „helsche samenspanning", van „ellende" waartoe „de schepping uit haar verband werd gerukt". En hij schetst het ontwikkelend menschdom op een toon van afkeuring en minachting, die geheel vreemd is aan de voorzichtige neutraliteit, waarmee de beoefenaars van natuurweetenschap en metafysika alle verschijnselen, ook die van ons innigst zieledeeven, poogen te beschouwen;

„een arrogant uitvreten van haar nesten over de gave „aarde, een knoeien aan haar moederend, gewas, knagend, „schendend, een steriel maken van haar rijke scheppingSf „kracht, totdat ze alle leven heeft vervreten, en om de dorre „aarde dort de menschenkanker weg.

„De dwaasheid in hun hoofd, die dat begeleidt, en hém „zelf gek maakt, noemen ze: De wereld begrijpen."

Is dit niet taal die men eerder zou verwachten uit den mond van een ouden, grimmigen profeet en moralist der mid* deneeuwsche kristenheid — dan uit dien van een jongen twintigsteseeuwer, opgevoed in streng weetenschappelijke richting en zich toeleggend op de strenge en neutraalste aller weetenschappen, de mathésis?

Elk woord heeft een bijklank, die aanduidt dat de spreeker niet eenvoudig wenscht te constateeren hoe de dingen zijn, maar vooral aan te duiden hoe ze wel en hoe ze niet moeten zijn, geheel in weerspraak met natuurweetenschappelijke en metafysische gewoonten.

Niets is hier te vinden van het „jenseits von Gut und Böse" van het zorgvuldig vermijden der drijvende aanspoo* rende éthiek, van het onbesprooken laten eener bepaalde, ons bekende goddelijke Wil.

De goddelijke Wil, het Goede dus, dat wij allen behoorden te erkennen en te doen, wordt hier, met een in onzen tijd

82

Sluiten