Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heugen, sterke hersenen stelden mij in staat de halsbreekende evolutiën van wijsgeeren en geleerden te volgen, als ik maar wat moeite wou doen. Ik was daar eevenmin trots op, als Brouwer op zijn wiskundig talent, ik waardeerde mijn ver* moogens niet bizonder. De geweldige groei der wiskunstige weetenschap interesseerde mij wel, maar ik meende altijd, als ik er lust in had, die ontwikkeling te kunnen volgen.

Maar dat zat niet zoo glad. Ouder wordend voelde ik wel mijn algemeene inzichten verwijden en verhelderen, maar het bleek mij spoedig onmoogelijk, ook met den besten wil en de ernstigste inspanning, de hoogere mathésis van den nieuwen tijd bij te houden.

En dat juist, toen ik tot mijn groote vreugde en met inten* sieve belangstelling bemerkte, dat de grootste helden van het intellect, de moderne wiskundigen, als het ware door het steeds ijler wordend weefsel van abstracties begonnen heen te zien en terecht kwamen, noodwendig, door onver* schrokken dóór*denken, in de eeuwig*geheimzinnige sfeeren der mystiek.

Zij bevonden juist datgeen wat „buitenissig' genoemd werd, te zijn het „allerissigste", veel issigër dan het theorema van Pythagoras of 2 X 2 = 4.

En daartoe kwamen ze langs den weg der zuivere mathésis.

Geen wonder dat ik hen op dien weg volgen wou! Vooral ook omdat ik eiken dag voor nieuwe moeylijkheeden stond, en hoopte dat diezelfde mathésis, die zoo onfeilbaar haar eigen incompetentie had uitgevonden, mij nu ook ten dienst zou kunnen staan bij mijn verderen groei, bij de ontwarring der geweldige raadselen die eiken dichterlijken, mystisch ontwakenden mensch beklemmen en soms tot radeloosheid drijven.

Om het symbolisch te zeggen: toen het intellect, de machi* nist op mijn schip, afstand deed van zijn geusurpeerden rang, en niet meer kapitein wou speelen, toen erkende ik zijn

89

Sluiten