Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IV.

DB VERZOENING.

„De dwalende wereld" zegt Brouwer, "ziet ge dat alleen bestaat, doordat ze dwaalt".

„Een wereld, waarin recht geleefd zou worden, is u even ongerijmd, als uw eigen sterfelijkheid".

„Dwaasheid en ongeluk, met elkander in evenwicht, die sturen de wereld.

„Een streven naar beter orde, het ware slechts een druppel in de zee van dwaasheid meer".

Hoe klinkt u dit, welmeenende, menschlievende, naar het goede streevende Nederlander?

Hoort ge hierin iets van verzoening, gij zachtzinnigen en deugdzamen, gij ijverige propagandisten voor rechtvaardig* heid en vreede, gij vaderlandslievende staatsburgers, gij wak* kere strijders voor Hollands bloei, gij die uw leeven wijdt aan hervorming en verbeetering, gij vlijtige, onzelfzuchtige geleerden, gij strijders voor het recht, gij socialisten, kam* pioenen voor het lijdende volk, gij, geneesheeren en ver* pleegsters, gij die voor vrouwenrechten opkomt, gij allen, braven, goeden, eedelen, middernachtzendelingen, alcohol* bestrijders, publicisten en journalisten, enthousiasten en

idealisten welke ergernis gevoelt ge, bij 't lezen van

die woorden, geplaatst onder het hoofd: „verzoening" en geuit door een jong tijdgenoot, officieel erkend als begaafd met een ongewoone mate van schranderheid en kennis?

En toch die jonge beeldstormer heeft gelijk. Toch zijn

die schrikkelijke woorden, die u als heemeltergende onzin moeten voorkoomen, vol diepe waarheid. Het is goed dat ze gezegd zijn, en ik wensch ze nadrukkelijk te herhalen en ze in het heldere licht te stellen, dat hen tot nu heeft ont* brooken.

92

Sluiten