Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

herkent men dadelijk als vertaling van:

„Nur wer die Sehnsucht kennt"1)

Het met welgevallen telkens herhaalde:

„Leer niet begeeren" „Leer Liefde thans"

is vijfentwintig eeuwen oude wijsheid van Boeddha, die nu moeijlijk voor oorspronkelijk kan doorgaan.

Dat Piet Pijl het Boeddhisme, en de latere mystieke ge* schriften ernstig en grondig heeft bestudeerd, blijkt nergens.

Hij weet er al eeven weinig van als van de poëtische pro* ducten van zijn eigen taal en tijd. Hij heeft hier en daar wat opgevangen, dat hij nu in zijn onbeholpen taal trivialiseert en banaliseert.

Van Dante — wiens voorbeeld hem blijkbaar nu en dan door 't hoofd spookt, — citeert hij één regel:

„Laat alle hoop gij, die hier intreedt varen" zoowat de eenige reegel van Dante, die zelfs den straatjongen bekend is. Terwijl er van de geweldige plastiek, de beeldingskracht, de vizionaire grootheid van Dante ook niet den flaauwsten scheemer te ontdekken valt.

Maar men moet bij dit alles bedenken, dat de schrijver, zooals ik zeide, te goeder trouw is, en een ernstig, goed* willend, eerlijk en aandachtig jong mensch, wien het alleen aan gevoel voor verskunst, voor goeden smaak, voor humor ontbreekt, en die slechte raadgeevers heeft gehad.

Uit zijn woorden oover „het Ik" valt ook op te maken, dat hij ware en diepe gedachten heeft gehad, al weet hij in zijn dilettantisme niet, wat daaromtrent reeds dieper en zui* verder is gezegd.

Hij verlangt: opbouwende kritiek. Goed! die kan hij krij* gen. Maar daarvoor is noodig eerst afbreekende kritiek, want zoolang hij gelooft in de deugdelijkheid van het product van

1) Uit Goethe's Mignon. 130

130

Sluiten