Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Toen kwamen ook de stopflesschen met slangen, met vis* schen, hagedissen en insekten, die mij bizonder interesseer* den — en de vruchten, op spiritus of nageboetseerd in was, — die ik wel niet proeven kon, maar die mij in hun oneetbare conditie, toch een illuzie gaven van hun bizondere geurigheid en smakelijkheid.

En eindelijk kwam de Gamelan waarop ik in mijn eentje poogde te speelen, mij verbeeldend in het midden van den somberen tropischen woudnacht te zitten, onder het geheim* zinnig geritsel van palmbladeren en het geschreeuw van gekko of tokèh.

„Nederland heeft veertig mitlioen inwooners", plagt mijn vader te herhalen, en ook deeZe spreuk plaatste hij in het Koloniaal Museum:

„Beeter een graf onder de palmen dan een verbeuzeld leeven in 't vaderland".

Hij verzette zich altijd heftig teegen het voorstel om zijn collectie naar Amsterdam oover te brengen. Hij was een rechte Haarlemmer en wilde zijn schat voor Haarlem be* houden. Zijn denkbeeld was, dat iedere Hollandsche stad van eenige beteekenis een Koloniaal Museum behoorde te hebt ben. Zoozeer voelde hij de noodzaak voor Nederland om zich nauw te verbinden met het groote, rijke tropenland, waarvan wij niet alleen zooveel stoffelijk voordeel, maar ook zooveel geestelijk goed kunnen verwachten.

De tijden veranderen snel, en de ontwikkeling neemt een richting, die oovereen komt met mijns vaders beste aspira* ties. De Javaan wordt niet meer beschouwd als een Koeli, alleen geschikt om Europeesche brandkasten te vullen. De grootheid en fijnheid, de adel en de schoonheid, aangepast aan het zware, machtige klimaat, die dat oude cultuurvolk eigen is, wordt meer en meer beseft. En nog kennen wij

141

Sluiten