Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Deeze sombere schrijver van de meest verdrietige en luguubere boeken, die in onze taal geschreeven zijn, was de jooligste, leevendigste, geestigste kamaraad dien men zich denken kan.

Ik zag toen nooit in hem den letterkundige, den schrijver. En eigenlijk ook niet den medicus, hoewel het medische beroep hem toch zeer ter harte ging. Maar hij was mijn kamaraad, mijn vriendje, die mij altijd welkom was, wiens hartelijkheid en grappen, wiens onuitputtelijke humor mij altijd weldeed, wiens oprechtheid mij nooit beleedigde, wiens oordeel mij altijd belangrijk voorkwam, al verschilden wij veel in leevensbeschouwing.

Hij was een kostelijke grappenmaker met een grenzenloos goedhartig, vrouwelijk week gemoed. Voor iemand, dien hij lief had, offerde hij alles op. Geld kon hem absoluut niets scheelen, en toch — dat is 't mooye er bij — vroeg hij er nooit om en wist hij altijd ongeholpen rond te koomen.. Hij zei wel eens, dat hij graag een kamer vol geld wou bezitten alleen om de voldoening te hebben er op te trappen en te spuuwen.

Hij moest in zijn studententijd uiterst zuinig leeven, hij had het arm, en kwam toch nooit te kort, en hij kwam altijd keurig netjes voor den dag. Hoe hij omsprong met zijn geld, hoe hij zijn garderobe onderhuid, was een raadsel en een meesterstuk. En daarbij had hij altijd nog iets om aan anderen te geeven. En hoe zeer is er niet misbruik gemaakt van zijn vrijgeevigheid en zijn goedheid! Maar hij beklaagde zich daaroover nooit.

Hij was graag correct, in kleeding en vormen. Voor vrou* wen had hij de volle eerbied van den dichter. De vrouw, als zij goed was, was hem iets 'heiligs, een voorwerp van diepe vereering. Hij spotte graag met zijn eigen leelijkheid, en liet zich bijvoorbeeld van achteren fotografeeren, omdat dat zijn mooiste kant was, zooals hij zei. Maar met al zijn

144

Sluiten