Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gelooven in een voortleeven, — en hij wilde het toch zoo graag. Zijn medischsnatuur*weetenschappelijke opleiding had eens voor al dat geloof in hem vermoord, en bij mijn laatste bezoek aan hem, in Zwitserland, wilde hij nog altijd met aandrang weeten, hoe ik het toch aanlegde om teegenoover dat groote raadsel, die schrikkelijke, onvermijdelijke leedig* heid — zoo gelaten en vertrouwend te zijn. Het nietszijn Was hem, — terecht, — een gevaarlijk vooruitzicht, en zijn denkkracht was onvoldoende om het onmoogelijke van zulk een totale vernietiging te begrijpen.

Nu weet hij. En ik denk, dat hij zich er oover zal verbazen, hoeveel ligter en onbelangrijker de oovergang is dan hij vreesde, en hoe hij voor dat ijzige fantoom des Doods noode* loos heeft gesidderd.

Maar ik denk ook wel dat hij lang zal slapen — eer het ontwaken volgt.

Gelukkig dat zijn laatste leevensjaren, in een heerlijke omgeeving, met een trouwe, sympathieke gezellin, zoo zorge* loos zijn geweest als hij zich wenschen kon. Een rustige, lichte avond na een moeyelijke, duistere morgen.

(1916)

146

Sluiten