Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ik weet nu wat het zeggen wil toe te treeden tot een machtige gemeenschap, waarvan het cement dat allen samen* houdt is het liefdevolle vertrouwen, de goede wil, hetzelfde verheeven geloof, dezelfde glansrijke waarheid.

Ooveral, waar ik tot nu toe heb moogen getuigen van mijn groot geluk, daar heb ik ook ondervonden de hartelijke tegemoetkooming, het zoo weldadige vertrouwen in mijn op* rechtheid en in mijn eerlijke motieven.

Ik ben maatschappelijk een eenzame geweest, tot voor een jaar. Een eenzame, lijdend onder smartelijke verdachtmaking én verbitterde vijandschap.

Ik beklaag er mij niet oover. Ik zal het wel verdiend hebben.

Maar heerlijk was het, uit mijn eenzaamheid, als 't ware te ontwaken in een grooten kring van vrienden en weigezin* den, die mij welkom heetten in hun hechte en schoone gemeenschap.

En een wonderzoet gevoel geeft het mij, als ik nu ook van mijn kant alles durf geeven, wat ik bezit aan vertrouwen en geneegenheid.

ik beantwoord Uw vriendelijke gezindheid van ganscher harte, beminde geloofsgenooten.

Misschien zijn er onder U, die mijn woorden niet goed ver* staan, niet recht duidelijk vinden.

Vergeef mij dat, ik wil trachten zoo eenvoudig moogelijk te vertellen wat mij bewoogen heeft en nog beweegt.

Misschien herkent ge iets van Uw eigen gevoelens in het* geen ik zeggen ga.

Maar bedenk, dat ik nu drie en zestig jaar ben en vroeger steeds buiten het Katholieke geloof sleeven heb gestaan.

Wat voor de meesten Uwer al in Uw kindsheid bekend was, dat komt nu voor mij als iets nieuws en ongekends.

En ik tracht het in mijn eigen woorden te verduidelijken.

Zie! ons geloof is als een groot en ontzaglijk kunstwerk,

156

Sluiten