Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het gebed is voor ons Katholieken alles, zoo noodig als eeten en drinken, voor de meeste niet*Katholieken en voor de vrijgeesten is het niets, ijdel gepreevel zonder waarde.

De Katholiek kent, zooals trouwens ook de Jooden het kennen, de magie van hei woord. De vrijgeest weet er niets van.

Daardoor begrijpt de vrijgeest ook niets van al die heilige handelingen, die op de magie van het woord berusten. Zoo* als de absolutie na de biecht, de priesterlijke zeegen, de priesterwijding, en gewichtigst van al: de consecratie en de eucharistie.

Bij dit alles wordt gesprooken, vaste gewijde woorden, en deeze woorden hebben een bepaalde uitwerking, eevenals het gebed.

De niet*Katholiek loochent dit. Niet uit boosaardigheid of kwaadwilligheid, maar meestal, omdat hij groot gebracht is in de leer, dat er onwrikbare natuurwetten zijn, waaraan al wat er in 't Heelal geschiedt, onderworpen is.

Hiertoe behoeft hij ook niet materialist of atheïst te zijn. Hij kan alleen niet gelooven dat er dingen gebeuren, die met de natuurwetten in strijd zijn. Hij gelooft wel aan God, maar aan een God, die ondergeschikt zou zijn aan Zijn eigen schepping. Dat is dus aan een starre, slaaf sche God, die Zijn natuurwetten niet kan veranderen, die dus niet vrij is, niet alleen aan zich zelf gebonden, maar onvrij, beperkt door onveranderlijke wetten.

Dit verstandelijk inzicht, dat er niet alleen bestaat een natuur, met natuurwetten, maar ook een booven*natuur, met boovennatuurlijke wetten — dat is mij eerst bij mijn toe* treeding tot de Kerk duidelijk geworden.

Versta mij well — het begrip kwam niet tot mij door den weg van het intellect, het verstand, — maar intuïtief, door den invloed der genade. En toen het er was, toen kwam het intellect en verbond alles tot 'harmonie. Toen kon ik eerst

168

Sluiten