Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der slechte Pausen verklaart. Het is tegelijk een troost en een wijzing, die ons leert, dat de kerk in zijn weezen onaan* tastbaar is, nietteegenstaande de persoonlijke fouten der opperhoofden.

Maar juist de persoonlijke, individueele indrukken geeven bij ongeloovigen zoo vaak den doorslag. Zij hebben dan een vriend of een kennis, of een bloedverwant, die roomsch is, en die hen persoonlijk antipathiek aandoet. Dan is dat vaak genoeg om den ongeloovige af te schrikken. Een priester, die een weinig bruusk of ontactvol optreedt, — hetgeen den besten ooverkoomen kan, in de moeyelijke en verantwoorde* ljjfce positie der geestelijken, — wordt dan door den on* geloovige beschouwd als typeerend voor de Kerk en haar mülioenen leeden.

Juist het eindeloos verdraagzame dat ik in de Kerk vond, het geduld hebben met weifelaars en lauwen, het niet ver* oordeelen, om persoonlijke en kleine reedenen, het vergeeven van den eerlijken berouwvollen zondaar, het oopenstaan voor ieder, van welken stand, van welk ras, van welke natie ook — dat voel ik als uiting van de groote liefde der Kerk.

In dit eerste jaar van mijn terugkeer tot de Kerk heb ik oover veele zaken reeds veel ruimer, zachtmoediger en liefde* rijker leeren denken, zoowel oover rijken als oover armen, oover fanatieken als oover lauwen.

De schoone gezinte die de R. K. Kerk kenmerkt, laat zich aldus in woorden zeggen:

„Spreekend in Chri8tu8, naam roepen wij U lauwen, weife* laars en zwakkelingen allen in ons midden terug. Wij ver* trouwen, dat Uw woorden waar zijn en Uw berouw waar* achtig en echt. Het is moogelijk dat Gij komt als verrader, wij zullen U echter ontvangen als in volmaakt goede trouw. Want het is beeter bedroogene te zijn dan bedrieger."

Zoo spreekt de goede Moeder, maar in één opzicht mag de Kerk niet verdraagzaam zijn. Namelijk dan niet, wanneer

177

12 L. den W.

177

Sluiten