Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bizondere, dat het niet gedacht kan worden zonder dat onze ikheid er meede gemoeid is. Die unieke persoonlijkheid kan bij geen enkele gedachte ontbreeken. Alles wordt begreepen, beoordeeld en gewoogen door het ik, dat aan alle gedachten vastzit als de schaduuw aan ieder voorwerp. ;

Uit deeze gedachte heb ik mij weeten los te maken door te oover denken, dat vrij zeeker in ieder mensch zulk een gevoel bestaat, van een uniek*middenpunt te zijn.

En dat dit gevoel dus niet anders kan zijn dan een schijn, en gezichtsbedrog. Iets van denzelfden aard als de schijn dat de aarde stilstaat in het midden der heemellichamen. Dit is dok een schijn en symbool van onze geestelijke toestand. Steeds verplaatst zich het centrum van graviteit naar verder ruimten. Van aarde naar zon en sterren.

Hoe hangt dit nu samen met het leergezag?

Well Aldus: Het leergezag verplaatst de hoogste autoriteit, het oordeel oover waar en onwaar, goed en kwaad — buiten den mensch en in God.

Maar de mensch, die door het schijngevoel van uniek mid* den'te zijn, verblind is, zegt: „Neenl de hoogste autoriteit is niet bij God, maar bij den mensch, want ten slotte moet ieder mensch toch oordeelen naar zijn eigen oordeelsvermoo* gen, en uitmaken of het gezag, waaraan hij zich wil onder* werpen, uit God is of niet. Dat kan hem niemand bewijzen. Ieder neemt het aan op gezag van zijn eigen waarheidsgevoel of rechtsgevoel.

„Men moet", zegt de verblinde, „toch altijd weer op eigen gezag aanneemen, dat het hoogste gezag in God is. De vraag, of een of andere waarheid uit God of uit den Duivel is, kan door niets en niemand beslist worden dan door den arbiter in den mensch."

Wat ik hier zeg is, wat ik zou noemen, centraal gezichts* bedrog, en de dominee die meende dat ik nooit Roomsch

180

Sluiten