Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

placht te noemen, kwam om de veertien dagen op het Jachthuis het middagmaal gebruiken. Eiken herfst wisselden zij een bezoek met den graaf van Arkel. Zij gingen nooit haar den schouwburg noch naar de concerten van het stedelijk orchest en slechts zelden zag men hun rijtuig in de stad. Maar dikwijls, des zomers en des winters, zag men het op de rappen draf der beide vale ruinen snellen langs de eenzame wegen, die de Veluwe doorslingeren en die, door de eeuwenoude bosschen, den Rijn en den IJssel begeleiden in hun grilligen loop.

Intusschen werd Peter grooter. In de weinige jaren, die vergaan waren, voordat de indrukken zich blijvend in hem begonnen te prenten, had lüj veel geslapen, weinig gehuild en tamelijk gesukkeld, want hij was niet sterk. Hij geleek noch zijn vader noch zün moeder, hij had een vreemd kind kunnen zün, een vondeüng en soms had zij zich afgevraagd, huiswaarts keerend van een harer pelgrimagiën naar het doodenrijk, of de geboorte van dit kind uit haar schoot niet een begoocheling was geweest. Hij was slecht gebouwd, had te lange beenen en te hooge schouders en zijn mager lichaam was zonder eenige sierlijkheid. Zijn gezicht was leehjk, van een onvoorname leelijkheid, die zich eerst veel later zou verfijnen en verliezen.

24

Sluiten