Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Znn jukbeenderen waren uitstekend, slordig de lijnen zijner lippen. Een groote haviksneus, aan het einde lichteUjk afwijkend, dreigde. Het voorhoofd was uitgebouwd, alleen zijn donkere oogen schenen nooit anders dan denkend te zijn geweest.

Hij was gehoorzaam en tevreden, maar hij toonde weinig belangstelling en het speelgoed, ten spnt zijner verscheidenheid, voldeed hem niet. Alleen de boekerij van zijn grootvader scheen hem wonderlijk te bekoren en langen tijd kon hij, te midden zijner verslagen kameelen en olifanten, knken naar de breede planken, waarop van den vloer tot de zoldering de boeken zich rijden. Dan kon de onverschillige blik, waarmede znn grootvader hem placht te beschouwen, opleven vol belangstelling.

Een enkele maal, op het onverwachtst, brak hij uit in dolle driften, tegen het hobbelpaard, dat hem had afgeworpen en dat hij een glazen oog uitsloeg, tegen den dakkei van zijn grootvader, die een bijna voltooid bouwwerk van roode en blauwe steenen in elkaar had doen storten en dien hn, steenen werpend, vervolgd had, hetgeen den toorn zijns grootvaders had gaande gemaakt, wien de steenen meer dan den dakkei om de ooren suisden. In zulke buien kreet en stampvoette hn en znn armen sloegen rond in alle richtingen, gelijk de

25

Sluiten