Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

28

of wanneer lüj de bijen zich wentelen zag in de fijne of ruige bloemen, die zich wiegden op den speelschen wind, dan lachte en zong hij luidkeels van louter vreugd. En onbestemde ontroeringen vervulden zijn hart, wanneer hij, heel hoog, een ooievaar zag voorbij drijven of wanneer hij den herder met zijn rooverhoed en zijn roovermantel, leunend op zijn staf, te midden zijner schapen, staren zag in de onmetelijke verten of wanneer hij een zigeunerwagen den eenzamen landweg volgen zag, die traag zich slingerde door de heide.

Eens zag hij, liggende aan den zoom van het bosch, vervaarlijke wolken statig zich zamelen in den blauwen hemel. De donder rommelde ver en hij zag den vurigen zig-zag neerschieten op de hei. De vogels zwegen in het bosch. Een machtige wind verhief zich, die de kruinen der boom en al luider en luider ruischen deed. Men riep hem, maar hij antwoordde niet, kroop weg in het kreupelhout. En daar, in een stortvloed van regen, zag hij het onweer zich voltrekken. Toen hij eindelijk doornat thuiskwam, schudde z^jn moeder hem heftig door elkaar en de heele week mocht hij geen vruchten eten aan het dessert. Maar heimelijk hoopte hij, dat het spoedig weer zou mogen onweeren.

Dien herfstmaand ging hij voor het eerst naar school. Hij was vol verwachting geweest, maar in

Sluiten