Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

38

tusschen twaalf en twee, begeleidde hij een stillen en zachten knaap, die blonde lokken droeg als een meisje, tot diens woning aan den Stationsweg. Beneden in het ravijn zagen zij de vele rails glimmen in den regen en snelle treinen gleden voorbij. Maar voor het huis toefden zij nog lang, want met knetterende vloeken vertelde Peter hoe hij in de amerikaansche prairieën eigenhandig bisons gejaagd en paarden getemd had, terwijl de lokkige knaap hem aanstaarde met oogen, die al grooter werden en hulpeloosheid veeleer [dan bewondering spiegelden.

Op zekeren dag stokte hij voor een nieuwen drankwinkel in de Bakkerstraat. Drie groote tonnen in het midden en aan weerszijden drie kleinere waren op elkaar gestapeld. En daarvoor, ordelijk verdeeld, stond een leger van steenen kruiken, kristallen flacons velerlei, buikige, rechthoekige, langhalzige, andere 'met bogen en deuken, geblokt en geribd, met festoenen en sierselen, kannen van roode aarde, die zwollen als de krop van een haan, met heel groote ooren en heel kleine halzen, lichte flesschen met zilveren en gouden dranken en donkere met blauwe en roode lakken en die een smalle, vale stoflaag toonden. Hö keek gretig en hij zeide zich, dat het leuk moest znn een verzameling te hebben van alle

Sluiten