Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

55

nog, wanneer hij zijn hoofd verlegde, zwaaide de kamer weer, ten spijt der donkerte, maar alle gewaarwordingen en gedachten verstompten en verdoften in deze zalige rust en weldra viel hij in een diepen slaap.

Hij kocht nog een halve flesch rooden wijn en een halve flesch witten wijn en gedurende een week, eiken avond, fonkelde de vlam van zqn kaars in den speelschen, gouden rijnwijn en doordrong met een diepen gloed den donkeren rooden. De bacchische stemmingen keerden weer en de kamer deinde als op zee, maar hij legde zich ter ruste, voordat het stormde en sliep gelijk een god. Toen was het uit, want hij had geen geld meer. Den avond, dat hij weer nuchter als te voren naar bed ging, kon hij niet inslapen, zoo hunkerde hij naar den tintelenden en doordringenden wijn, en voortdurend drongen zijn gedachten om de vraag: hoe moest hij aan geld komen? Verhooging van weekgeld zou hij bedingen, maar op zijn best had hij dan een gulden per maand. Jongensboeken kon hij verkoopen, maar dat zou weinig opleveren. Geld leenen dorst hij niet meer, want met niemand was zijn omgang vertrouwd genoeg. Hij woelde, koortsig, ontstak opnieuw de kaars, speelde met de vlam, waarin hij verbrande lucifers stak, zoodat zij spattend omhoog schoot, of die hij neer-

Sluiten