Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

S7

zat nu in de vierde klasse van het gymnasium. Het scheen, dat hij znn mannelijke lengte bereikt had; hij was groot en breed, schoon mager. Zijn haastige groei had .de slordige lijnen en hoekige vormen van zijn onregelmatig gezicht en zijn onevenredig lichaam verscherpt en vergrofd en hn was leelnk, van een plebeïsche leehjkheid, die verergerd werd door een groezeligen gezichtstint en een onverzorgd uiterlijk. Zijn jas zat vol vlekken, die geen benzine noch terpentijn verdrijven konden; lüj knoopte zijn das als een touw en hij klotste op zware schoenen, waarvan het goedkoope leer, zelden gepoetst, door zon, stof en regen samentrok in harde plooien, die weldra barstten. Zijn knuistige handen waren rood en ruw, met bultende knokkels, terwijl het vleesch droogde en krulde om de platte en sombere nagels en zijn scheiding, wel verre van recht door zijn donker, dicht en sterk haar te streepen, toonde een hoekige üjn, die telkens wisselde van hoogte of laagte.

Maar zijn onstuimige levensdrang verkalmde zich, gelijk een rivier rustiger stroomt, naarmate haar bedding zich verdiept en verbreedt. Zijn stem klonk niet meer schel, integendeel dikwerf mat en lüj struikelde niet meer over zijn woorden, want zwijgzaam was hü geworden. Zijn toe-

Sluiten