Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

69

meermalen als smokkelaar aan de duitsche grens was gesnapt, veel geld had en vrekkig was. Hij vond de jenever lekker, al miste deze drank den fineren gloed zijner beide wijnen, maar het scheen, dat deze ruwe hitte het merg zijner knoken doordrong.

Hij kwam terug op marktdagen, want hij voelde zich aangetrokken tot deze geweldige en beestachtige typen, waarbij vergeleken de bleeke en gore middenstanders geheel en al tot verfoeilijke karikaturen verschrompelden. Hij mengde zich in hun gesprekken, kwam bij hen zitten praten en deed als een jonge kaerel, ten spijt van zijn korte broek, waarover zij spotten, hetgeen hem niet deerde. Zij vermaakten zich over zooveel brani en schudden hem de hand bij het heengaan. Maar ijdel bleef zijn sluwe hoop, dat deze of gene in een gulle bui hem fuiven zou, en zoo leerde ook hij, dat de landman van nature spaarzaam is.

Hij werd brutaal, liet zich niet afschrikken door de fabrieksmeiden, die hem afsnauwden of uitlachten, wanneer hij haar toeriep of aansprak en hij vervolgde haastiger de dienstmaagd, die schichtig vluchtte door een donkere straat. Eens, toen de haastige scharen der meiden voorbij waren, zag hij in het donker langs den straatweg

Sluiten