Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

73

ginnend, telkens uitbrak in stortvloeden van melodijen, die hem verrukten en toeven deden. Anemonen bloeiden beschroomd in het bij plekken volle gras en de in vele stengels en bloemen zich verdeelenden dolle kervel deinde, de ongelijke ligging van den bodem volgend, als witte zeeën.

Het was de laatste dag der Paaschvacantie, maar hij voelde zich welgemoed, want hij had veel gelezen en gewandeld deze veertien dagen en zijn hart en zijn brein waren ontoegankelijk voor booze gevoelens en slechte gedachten. Op eens stond hij stil, bijna schrikkend, want zijn weg werd versperd door den tak van een beuk, waarop een kraai zat, die op vreemde wijze hijgde, terwijl zijn zwarte snavel machteloos open hing en zijn ronde oogen, die telkens open en dicht sloegen en waarvan de glans reeds doofde, starren schrik toonden. Peter naderde, een weinig ontdaan, want het was de eerste maal, dat hij den dood van nabij zag en de omstandigheid, dat hij hem verscheen in dit naarstig tierend bosch, weerklinkend van gezangen en van geuren bezwangerd, verwarde hem nog meer. Hij wilde den vogel streelen, maar zijn vleugels verhieven zich in een veege poging tot vluchten, zijn snavel spalkte wijder, het hijgen werd blazen èn heel het lichaam scheen te ver-

Sluiten