Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

75

en den keizer zelf het hoofd doen heffen in de snelle slede, achter de toomloos jagende paarden, die hem terugvoerden naar Parijs; zou hij, verdere en vreemde avonturen zoekend, in de woestijnen van Arabië en Mongolië de resten genoten hebben van het kameel, dat reeds door jakhalzen verslonden was en waarvan het verbleekt gebeente met zoovele andere den weg zou bakenen, dien de karavanen volgden van eeuw tot eeuw, of zou hij in de heete en loome wouden van Indië, waar roode en groene papagaaien zich krijschend wiegden, gekrast hebben op de bouwvallen van tempels en paleizen, waar gifslangen en vleermuizen kropen en spookten, overblijfselen van beschavingen, die geen geschiedenis hadden nagelaten?

Hij was verder gegaan, want donkerder werden de stralen, die de zon door de stammen meer dan door de kruinen schoot en de doodstrijd van den kraai duurde misschien tot den nacht. En hij zeide zich, dat het heerlijk zijn moest, zoolang te leven en zooveel te zien, gezond en krachtig zich gevoelend en genietend als dezen gouden middag en de gedachte aan de luttele tientallen jaren, die het leven der menschen omvatten, verbitterde hem als het besef van een onrecht. Maar toen hij langs den Rijn naar huis liep en hij in de

Sluiten