Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

86

sterren beginnen en de lichten van Nijmegen wankelen aan den einder en zij luisterden vageüjk naar het verre bassen van honden, het schorre loeien van verspreide runderen of het dwaze balken van een ezel. Des winters, wanneer de blinden gesloten waren en de waterketel eentonig neuriede in de stoof, hoorden zij vaak de schotsen kraken in de bevroren en kruiende rivier, terwijl de stappen der schaarsche voorbijgangers dof klonken op de zware sneeuw. Dan lazen zij elkaar de schoonste verzen of ieder was verdiept in de lezing van een kunstwerk, waarvan de schepper, uit kracht van overwonnen smarten, een diepzinnig antwoord had gevonden op de vragen, die sedert eeuwen het mensehehjk geslacht bestoken.

De eenigen, met wie zij veel verkeerden, waren verwanten, die enkele huizen verder woonden, oom Sijmen en tante Barbara, die een zuster was van Elizabeths vader. Oom Sijmen was referendaris geweest van het departement van Binnenlandsche Zaken en had aldaar gewerkt onder Floris Roelof Scanderbergh. Maar aangezien hij bemiddeld was en het ambtelijk leven hem ten slotte weinig aantrok, had hij op zijn vijftigste jaar ontslag genomen en zich opnieuw in Arnhem gevestigd, waar hij geboren was. Des winters placht hij zijn tijd aan de studie der geschiedenis

Sluiten