Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

96

verwelkt en wasbleek gezicht en dwepende oogen als een begijn, het zorgvuldig gevouwen, damasten tafellaken perste onder den zuchtenden, krijtenden mangel en met gewijde nieuwsgierighiÊid beroerde zij de zakjes gedroogde lavendel, die tante op alle planken der met kostelijke stapels gevulde linnenkast had neergelegd.

Des avonds, onder de lamp, leerde zij handwerken, maar liever nog volgde zij, onder de tooverende vingers harer voogdes, het ontstaan der felle en zoete kleuren en haar verglijdende schakeeringen en menigen uitroep van bewondering slaakte zij over de vaardigheid, waarmede tante kant kloste op het groote kussen. Maar ook oom Sqmen onthield zij niet haar ontzag voor de lijvige boekdeelen, die hij avond aan avond las, noch voor de ganzeveder, die nu wederom op tafel prijkte en die hij soms plotseling vatte, als gehoor gevend aan een geheime inblazing, om, na zich eenige oogenblikken klaarblijkelijk te hebben bedacht, vele regelen te schrijven op glanzend papier.

Dikwerf volgde zij tante Barbara op haar bedrijvige gangen door het huis en vooral toefde zij gaarne in den kelder met zijn vliegenkast vol koude eetwaren, naar welks blauw gaas de poes soms begeerige klauwen strekte, zijn wal van

Sluiten