Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

110

sel eener staande petroleumlamp, waarvan de hitte de kap met rosse tinten had doorgloeid. De kinderen gingen zitten bü het vuur en meestal vlijde zich Ronald aan kleine Inez' voeten. Zij spraken fluisterend, want oom Sijmen en de baron praatten met zware stemmen over politiek. Maar doorgaans voelden zij zich soezerig worden door de geurige warmte, na zooveel uren doorgebracht in de winterkou. En zoo gebeurde het menigmaal, dat Ronald, knikkebollend tegen kleine Inez' knieën, zoetjes insliep. Haar blikken gleden dan vagelijk door het hooggezolderd vertrek, over de wapenrekken met oude musketten en pistolen, de geweien en koppen van herten en ruige evers met glazen oogen en de portretten der voorouders, waarvan de oudsten in ijzer pronkten en barsche gezichten hadden, terwijl de lateren pruiken droegen en minzaam glimlachten. De warmte van Ronalds hoofd gloeide zachtjes in haar been en zij was blij, dat hij nu rustig sliep.

Dikwijls bleven zij eten. Dan werd het gesprek algemeen en ook de barones temperde den hoogmoed, die haar trekken bijna hard maakte en sprak met zoo zachte, welluidende stem, dat kleine Inez betooverd luisterde. De baron vertelde van peerden en jagen en rossen en van den goeden, ouden tqd, toen het landgoed nog eenzaam lag in

Sluiten