Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

111

deze streek en in het voorjaar znn grootouders bezoeken reden aan de kasteelen in den omtrek, gezeten in een karos met vergulde paneelen, eikels van glansend purper aan de hoeken van den wagenhemel en bespannen met zes paarden, die met kleurige schabrakken gedekt waren en, gehjk spaansche muildieren, met rinkelende bellen getuigd.

Intusschen vergingen de jaren en vier maal had kleine Inez de verdorde bladeren zien vlinderen tusschen de hooge en dichte stammen der baronij en de roode en gouden najaarsbeuken zich zien spiegelen in den kleinen vijver, die des winters het vertrouwd tooneel was van hun ijsvermaak. Weliswaar kropen voor Ronald de dagen, die hem van het weerzien scheidden, trager voorbij dan voor kleine Inez, gelnk de teleurstelling, wanneer zij bij geval elkaar niet zouden zien, wreeder was voor hem dan voor haar. Dat gaf dan dikwerf aanleiding tot opstand en verdriet, zoo bitter als groote menschen niet verstaan. Vergeefs trachtte zijn grootvader hem met snakerijen te verstrooien; zijn moeder bleef ongenaakbaar in haar kwijnende voornaamheid. Dus slenterde hij alleen langs de paden en dikwijls weende hij luid, terwijl zijn moede tred slofte in het zand of in de sneeuw en zjjn bekommerdheid zich dermate verscherpte, dat

Sluiten