Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

132

oogen, maar onbevangen bleef kleine Inez'gezicht, recht en klaar de blik, waarmede zij oom Sijmen en tante Barbara aanzag. De ontroering, waarmede zij aanvankelijk van haar ontmoetingen met Peter verhaald had, vereffende zich gaandeweg en zij huppelde nu niet meer, wanneer zü terug knikte, al streek zij nog wel heur haar zoo van terzijde over haar schouder weg, hetgeen bij kleine Inez een ander blijk van onzekerheid was, als zij, vanuit de verte reeds, Peters donkeren en teederen blik op zich gevestigd zag. Soms weliswaar weerstond zij met moeite den aandrang öm te lojken, maar behalve de gedachte, dat het niet geoorloofd was, weerhield haar de vrees, dat Peter haar weer betrappen zou, gelijk hij dien avond op de markt had gedaan. Hij liep nu veelal zonder pet en zün gezicht was gebruind, hetgeen hem goed stond, meende zij, vooral als de wind woelde in zijn haar. Ook zag hij er niet meer zoo slordig uit als in den beginne en eens merkte zij op dat een scheiding keurig streepte door zijn haar. En eiken dag sindsdien keek zij naar diescheiding, die alleen verward raakte wanneer de wind zijn hoofd te wild omspeelde. Meer en meer voelde zij zich veilig gestemd worden, als zij onder het nu volgroene geboomte van het plantsoen hem naderen zag en eens of tweemaal bekroop haar

Sluiten