Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vleezige dienstmaagden, die, klotsend op klompen, met handpompen de vensters bespoten, of wel, de blauwe stoepen dweilend, haar omvangrijk achterdeel den volke toonden; noch trachtte hij, spiedend in de rookerige koffiehuizen, op de gezichten der gelukkige drinkers de uitdrukkingen te hervinden, die hem indertijd zoo deerlijk hadden verward.

Van den vroegen morgen tot den laten avond dacht Peter aan kleine Inez en meermalen vervaagden de trekken van haar beeld onder de overstrakke spanning dezer aandacht, zoodat hij zich na schooltijd haastiger repte om door de hernieuwde aanschouwing van het kleine meisje, wier naam hij nog niet kende, een herinnering te verscherpen, die, hoewel slechts durend van ontmoeting tot ontmoeting, nochtans geen verflauwing gedoogde. Zoo vergezelde zij hem op zijn gangen door de stad zoo goed als op zijn verre wandelingen. Hij zag het donkergroen manteltje, waarover het hooiblond haar in,flauwe golving tot het middel hing en waaronder de dapper stappende beentjes door bruine kousen zoo keurig omsloten waren, dwalen in de kalme drukte der winkelstraten en op de breede dreven der welgestelde singels, tusschen de stammen aan weerskanten der boschpaden en over de glooiende

141

Sluiten