Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

154

Op school was aller houding jegens Peter een geheel andere geworden. Jongens, die hem vroeger nooit gegroet hadden en hem in het voorbijgaan met onverschillige of geringschattende blikken ternauwernood hadden aangekeken, groetten hem hu met een mengeling van nieuwsgierigheid en eerbied. Sommigen zochten aansluiting, omringden hem voor den aanvang der lesuren, andere groepen verlatend, die op straat voor het oude gebouw het luiden der bel wachtten. De onbevangen blik, waarmede enkelen hem naderden, stemde hem tot vreugde en lüj mijmerde bijwijlen vol verwachtmg over den vriend, die nu misschien in zijn leven verschijnen zou. Maar zijn in eenzaamheid en bezinning tot vroege rijpheid gewassen geest voelde zich vervreemd ten slotte aan deze knapen, in wie de echte belangstelling niet leefde voor de vraagstukken, naar welker redelijke oplossingen hijzelf onstuimig schoon methodisch streefde.

Intusschen, éen hunner bleek anders. Hij heette Arthur Rixom en zat in een andere af deeling deizesde klasse, waarin ook Peter zat. Arthur was bevallig en innemend; hij wüdde veel zorg aan zün kleedij, droeg gaarne kleurige dassen en sokken en lage, bruine schoenen van engelsch of amerikaansch model. Arthur was zeer nerveus; ver*

Sluiten