Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

165

kleine ruimte niet meer vol van het blanke maanlicht en, verpoozend van znn arbeid omhoog starend, zag lüj door het dakvenster de gesternten niet meer flonkeren. Ook de bosschen waren nu vol van het deinend ruischen van den wind, terwijl dikwijls de storm in holle vlagen door de ontbladerde kruinen loeide, zoodat de stammen alom steunden en de dorre takken braken met knappend geluid. En de zware boomen, die hn, door den machtigen wind ontworteld, met krakend geweld dreunend ter aarde zag ploffen, vervulden zijn hart met schrik en verslagenheid.

Hg gaf zich rekenschap, dat znn zelfbeheersching tegenover tante Arabella meer en meer van zijn geestkracht vergde. Hij meed Arthur, dien hn toch eigenlijk een zwetser en een warhoofd vond en wiens zucht hem zijn altoos nieuwe avonturen uitvoeriglijk mede te deelen, hem steeds meer prikkelde. Dan begonnen tante Barbara's eendengang en de verwonderde blik van Dr. Rupius' blauwe kinderoogen hem bijwijlen te ergeren en wanhoop beving hem bn de gedachte, dat hn straks oom Sijmen zelf misschien een ouden sok zou gaan vinden. Op znn wandelingen door de bosschen rukte lüj gaarne laaghangende takken af, die hn stukzwiepte tegen de stammen langs den weg en eens beving hem een vreemde drift

Sluiten