Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

182

dwalen in het licht der halve maan, die de zware, dringende wolken overzilverde. Bij den Dierentuin luisterde hij vergeefs naar het krijschen der papegaaien, die nu waarschijnlijk in het verwarmde vogelhuis waren ondergebracht en hij betreurde, dat het ouderwetsche pontje te ver lag, waarmede hij vroeger gaarne het doode water placht over te steken, een praatje makend met den ouden, krommen veerman, dien hij natuurlijk Charon had genoemd.

Peter had eenige jaren tevoren met tante Arabella de groote vacantie doorgebracht in Scheveningen. Zij haden overdag gehuisd in de pronkkamer van een der nieuwe, kleine visschershuizen in een der lange, rechte dwarsstraten achter het circus, waar den ganschen, langen dag tallooze kinderen op klompen holden en schreeuwden, terwijl in de sloppen aan weerskanten rissen gele scharren berstend te drogen hingen, waarvan de scherpe lucht de buurt naar alle windstreken doordrong. Het heele verblijf was éen kwelling geweest; tegenover het wereldsch verkeer der badplaats had hij zich een schooier gevoeld; het eeuwig morren der zee, de schrille kreten der meeuwen, de verzengende hitte boven het barre strand en de kale duinen, waarin het loopen waden werd, hadden zijn verlangen naar de gel-

Sluiten