Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

187

— Neen, Grootvader, ik drink nooit meer...

Hun blikken rustten in elkaar, de kalmeblikken van den grijsaard in de onrustige blikken van den jongeling. En Peter begreep, dat Grootvader de reden zijner onthouding reeds doorgrond had.

Peter was veel alleen, des morgens, want dan werkte Grootvader en des middags na vieren, dan ging Grootvader naar de sociëteit, gelegen nabij de Gevangenpoort, alwaar hij met eenige andere oude heeren, in den staatsdienst vergrijsd gelijk hijzelf en die als hij het spreken moede waren geworden, het spel der meeuwen boven den vijver zwijgend volgde. Des avonds, wanneer zij voor den haard hun sigaren halverwege gerookt en hun koffie genoten hadden, zag Grootvader Peter gaarne vertrekken, verlangend naar de stilte, waarin hij gewoon was zijn avonden te slijten, mijmerend of gedenkschriften lezend over Napoleon, of wel over het hofleven onder de laatste koningen van Frankrijk. Dan ging Peter naar de Koninklijke Bibliotheek, in welker hooggewelfde leeszaal met haar groene schemerlampen en duizendtallen boeken hij zich behagelijk voelde, weinig geneigd zijn avonden in schouwburgen te verliezen, afkeerig van het onwelriekend publiek en zich de slappe vertooningen herinnerend,

Sluiten