Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

190

deden zij gewoonlijk een langen autorit door de omliggende dorpen en, in gematigde vaart langs de wegen snellend, af en toe met vagen blik naar buiten starend, waar onder den grauwen noorderhemel de winterstille velden alom zich strekten, bespraken zij menig ernstig onderwerp en regelden velerlei belangen.

Soms trachtte Peter het gesprek te wenden in de richting, waarin zijn gesprekken met oom Sijmen zich vanzelf bewogen, maar altoos vond hij Grootvader ongeneigd hem naar deze ongewisse hoogten te vergezellen. Eens aan het middagmaal, terwijl Grootvader met zijn voorname en verdorde hand een kapoen aansneed, gewaagde Peter onverhoeds van het Brahma en den Logos. Grootvader antwoordde niet en scheen verdiept in het vierendeelen van het geurig hoen, maar het leek Peter, toen zij zwijgend verder aten, dat Grootvaders witte snor slapper neerhing om de lippen, waarvan de uitdrukking vermoeider dan gewoonlijk scheen.

Na den maaltijd, toen z$j voor het knappend haardvuur zaten, hoorde Peter de sneeuwvlokken ritselen tegen de ruiten en een oogenblik stemde de gedachte hem baloorig, dat hij den avond niet in vertrouwelijk gesprek met Grootvader kon slijten. Maar zwijgzamer dan ooit was Grootvader

Sluiten