Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

198

deze ontkenningen, waartoe zijn gestreng en roemvol leven geleid had, voegde het onbewogen te blijven en allerminst te elfder ure zich te laten overmannen door dezen knaap, wiens duister voorhoofd gemerkt was met een stralend teeken, waarbij de luister der intellectueele hartstochten, die zijn leven beheerscht hadden, een koude en valsche schijn geleek.

Na een week keerde Peter naar Arnhem terug. Hij was gekomen met een klein valies, hij ging met een grooten koffer. Een paar dagen vóór zijn vertrek had hij met Grootvader een ganschen middag doorgebracht in een winkel, die stellig meer zalen telde dan menig paleis en waarin hij zich, op last van Grootvader, vele pakken had laten aanmeten en kleeren gekocht had, onderkleeren en bovenkleeren van engelsche makelij, kostelijk van aanvoeling en behagelijk om te dragen, zoodat Peter, toen hij den volgenden morgen aan het ontbijt verscheen, vreesde wereldscher en sportiever dan Arthur zelf te zijn uitgedost.

Den morgen van zijn vertrek zwierf Peter in het oudste deel der stad, op zoek naar een juwelier of antiquaar. Immers Grootvader had hem vijf en twintig gulden gegeven ter vergoeding der reis-

Sluiten