Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

202

blijkbaar met vermaak en belangstelling volgde.

Peter wilde gaan lezen, maar de verbluftheid over de uitó!rukking, die hij zooeven op het gezicht van dezen verloopen plebejer had waargenomen, verdrong alle aandacht, dus hief hij weer het hoofd en naar gelang hij scherper toekeek, meende hü in dezen ouden schooier een vage bekoring te bespeuren. Maar Peter werd afgeleid en geërgerd door den man met het uilengezicht, die hem op zijn beurt met spiedende blikken beschouwde, ondanks het drok vertoon van aandacht, waarmede hij luisterde naar de verhalen van den laatdunkenden jockey.

De trein gleed nu met eentonig gedender over den hoogen grasdijk en Peter zag uit over het grauwe en witte landschap, dat onder den lagen hemel, dien de naderende avond reeds versomberde, in doodsche verten zich verloor. Het had dien nacht weer gevroren na eenige dagen dooiweer; het ijs der slooten was overal deerlijk gebarsten en de vaarten toonden breede geulen, waarin schotsen dreven. En naarmate zijn blikken over de besneeuwde en verlaten velden zwierven, werd hü zich bewust van een wassend onbehagen.

Hij hoorde den jockey met zijn bitse stem vertellen over wedrennen en lüj voelde zün. ergernis toenemen tegen den onderdanigen, huichelachti-

Sluiten