Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

206

man scheen een oogenblik te aarzelen, dan hoorde Peter hem vragen:

— Mijnheer, hebt u misschien wat vuur voor me?

Zijn stem was schor, als versleten door getier en sterke dranken, al behield zij een rest van welluidendheid, die verried, dat vleiende buigingen haar vroeger eigen waren geweest. Peter, op zijn beurt, zocht in zijn zakken.

— Neen, zeide hij eindelijk hoofdschuddend, het spijt mij wel...

De vijftiger had een afwerend en hoffelijk gebaar, dan, opeens plebejisch en liederlijk nu weer, stompte hij tegen een der schrale dijen van den slapenden bookmaker, die wakker schrok, en zijn stem was nu enkel rauw en gemeen.

— Zeg Moos, geef me 'es effen 'n vlammetje van je...

De ander haalde gapend een doosje te voorschijn, legde zijn wonderlijk uilenhoofd tegen het houten beschot, mompelde, brabbelde, grinnekte wat, trok een paar grimassen en sliep verder.

De vijftiger had zijn sigaret ontstoken en weldra wolkten de versche walmen geurend door het kleine vertrek. Het was een dier fransche sigaretten, waarop in blauwe letters het woord Maryland stond gedrukt en die in gele pakjes

Sluiten