Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

209

zich nog even om en tikte aan zijn hoed met een spottende deftigheid.

Peter was blijven zitten, starend door het open portier naar het woelig verkeer op het perron. Reizigers, die plaatsen zochten, loerden naar binnen, maar gingen verder. De kreten der krantenjongens overstemden het rumoer en de verre aanprijzing van eetwaren, waaronder brrroodjes met ham, klonk als een zotte litanij. Dan schoof langzaam en sissend een locomotief achter hem voorbij. Hij stond op, voelde zich wankelen, zoodat lüj een oogenblik twijfelde of de trein inderdaad tot stilstand was gekomen; met eenige moeite bereikte hij het openstaande portier, keek in de richting, waarin het drietal was gegaan. Zij mengden zich reeds in de kuddende menigte, die zich onder de rosse stralende booglamp naar den uitgang bewoog. Een havelooze vrouw had zich bij hen gevoegd en praatte druk met den vijftiger, die achter liep en verstrooid scheen te luisteren. Zijn houding was een weinig gebogen en zijn schouders zwaaiden, gelijk Peters houding en Peters schouders.

De dagen gingen voorbij, maar Peter werd al stiller. Op school, starend in het winterhout van den verwaarloosden tuin, herdacht hij voort-

14

Sluiten