Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

215

eener dorpsklok klonken over het water; hij trachtte ze te tellen, maar zij verwoeien in de lichte winden, die tusschen aarde en hemel stoeiden. Hij haalde diep adem en voelde voor de eerste maal sedert zijn terugkomst verlangen naar zijn werk.

Den volgenden dag was kleine Inez monter als gewoonlijk; de peinzende trek op haar gezichtje was verdwenen, evenals de vage lusteloosheid, die gedreigd had het lieve spel harer bewegingen te vertragen. Oom Sijmen en tante Barbara herademden en aan de koffie besloot oom Sijmen de vuursalamanders te koopen, waarvan hij sedert dagen droomde, benevens het omvangrijk rotspaleis, waarin zij huisden. Uitbundig juichte kleine Inez dit voornemen toe; Tante Barbara echter maakte bedenkingen, gelijk een stipte huisvrouw betaamt.

Des avonds klonk Peter's stap in de gang vaster dan anders en toen hij binnentrad, waren zijn trekken ontspannen en schouwden zijn oogen zoo rustig en helder als in zijn beste dagen. Ongedwongen en beminnelijk boog hij zich over kleine Inez en kuste haar op heur haar; dan vertelde hij, dat hij dien middag bloemen gebracht had op het graf zijner moeder en begon, nauwelijks gezeten, met ouden hartstocht over de hoogste dingen te praten. Dien avond neusde kleine Inez niet meer

Sluiten