Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

217

Peter onder de linden der kade, of onder het hooge geboomte van den singel, hoorde zij dikwijls in ruischende vluchten de trekvogels wederkeeren. En als zij den volgenden morgen in de plantsoenen de spreeuwen in menigten hoorde snateren, begreep zij dat éen dier vluchten was neergestreken over de stad. En ook de Rijn, na zooveel zware regens en ruwen ijsgang, was opnieuw de milde stroom geworden, die, vreedzaam kabbelend tegen de stompe schuiten, haar onder het spinnen van velerlei droomen eindelijk deed inslapen.

Soms, uit de verte, hoorde zij de langzame stappen naderen der beide schippers; zij verstond de woorden, die Arie sprak tot zijn zwijgenden kameraad en verwonderde zich, dat in den kalmen avond de stem van den roodbaard zijn spottenden klank verloren had en nog lang nadat hun stappen verklonken waren, rook zij nieuwsgierig den tabakswalm, die, stijgend uit den porceleinen pijpkop, waarop het zomersch landschap prijkte, door de open vensters binnen was gedreven en in de stille kamer tot een vreemden, ouden geur zich gaandeweg verfijnde.

Ook Peter was welgemoed; en naarmate de kerstvacantie met haar wederwaardigheden in zijn herinnering weken, scheen het hem, als vervreemdde hij meer en meer van een verleden,

Sluiten