Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

218

waarin des vaders aard gedreigd had zijn toekomst te bepalen. Hij handhaafde zich zonder moeite als eerste zijner klasse en, zeker van zichzelf, zag hij het laatste examen naderen met minder spanning dan kleine Inez. De gedachte weliswaar, dat hij het najaar in Leiden zou slijten en over vreemde singels de herfstblaren zou zien wervelen, benauwde hem meermalen, maar hij zeide zich, dat het heimwee naar kleine Inez hem niet mocht overmannen.

Peter veranderde; weinig restte van zijn haastige en slordige persoonlijkheid; zijn houding werd rechter en breeder leken zijn schouders; de vroeger zoo schuwe blik drong nu recht in de oogen van allen, die het woord tot hem richtten; de duistere uitdrukking, die zijn ordelooze trekken te vaak nog meer had verward, werd zeldzamer en zekere buigingen ontstonden in stem, houding en gebaar, die oom Sijmen met voldoening opmerkte en die ook door kleine Inez in alle onbewustheid werden waargenomen, want achterwege bleven langzamerhand voor oom Sijmen's speurend oog het overigens ternauwernood merkbaar deinzen of krimpen, wanneer Peter met een ruw gebaar of een te luiden lach haar even had doen schrikken. De echtgenooten plaagden hem gaarne, om wat zij zijn behaagzucht noemden. Peter,

Sluiten