Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

219

inderdaad, droeg slobkousen en sprenkelde, na zich geschoren te hebben, eenige korrels lavendelzout in het warme water, waarmee hü zijn bevlokt gezicht schoon wiesch.

Toen de aarde allerwegen zwol onder den aandrang van het nieuwe leven en de kreten der zwierende vogels prangender klonken, begaf hij zich soms, ven weg, naar geheime en panische oorden, ontkleedde zich langzaam of haastig, al naar gelang zijn heidensche stemmingen dartel of dreigend waren, gaf zijn lichaam prijs aan de hevige en teedere üefkoozingen der winden en beminde de wateren in hun diepen schoot.

Tante Arabella, dien winter, was erg oud geworden; zü klaagde veel over moeheid, rheumatische pijnen staken in haar voeten en bemoeilijkten haar gaan, een pijnlijke tinteling doorstroomde voortdurend haar handen en wekten in haar vingers de gewaarwording, als zouden zij straks van louter spanning bersten. Zoo werd haar slechte slaap slechter en op haar nachttafel vermeerderden de slaapmiddelen-behelzende flesschen en doozen. Maar geen luidruchtige wanhoop volgde meer, gelijk vroeger, haar slapelooze nachten; het scheen, als restte haar geen kracht meer voor opstand en verbittering. Ook het koortsig en zinloos pochen en zwetsen verminderde

Sluiten