Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

221

Nochtans volhardde zij eenige dagen in de lezing van de Schrift, die dan opnieuw en voorgoed in de muurkast verdween.

Op zekeren dag staken de pijnen in de voeten erger en prikkelde de tinteling pijnlijker; zij lag in bed; misschien gloeide koorts in haar lichaam, want zweetdroppels parelden op haar voorhoofd, onder den bonten, indischen zakdoek, dien zij om haar hoofd placht te binden. Een oliepitje verlichtte zwakkehjk de slaapkamer, Peter stond over haar gebogen en hij meende in haar onrustig dwalende oogen een uitdrukking van machteloos en vertwijfeld nadenken te bespeuren, als zoemde kwellend de vraag in haar om, waartoe dit alles diende. Hij wiesen met een zakdoek de klamme droppels weg en, zich dieper buigend, terwijl de herinnering aan zijn moeder vlijmde door zijn hart, drukte hij een kus op haar voorhoofd. Toen werd haar ademhaling langzamerhand rustig, haar oogen sloten zich en hij wachtte roerloos, totdat zij was ingeslapen.

De zomer naderde; de zon werd brandend en kleine Inez en Peter zagen de hitte sidderen boven de heide, wanneer zij oom Sijmen op zijn plantkundige omzwervingen vergezelden. Des avonds drongen de muggen in dichte zwermen kleine Inez' kamer binnen; zij dansten gonzend hun geheim-

Sluiten