Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IV

De jaren gingen voorbij en tegenover de wijde Betuwe, waarboven zij eiken zomer en eiken winter met immer nieuwe belangstelling de groote, witte wolken zeilen en de sneeuwstormen warrelend naderen zag uit grauwe verten, in de stille woning, waarin de oude dingen, door velerlei droomen omsponnen, bestemdschenenvan eeuw tot eeuw het huiselijk leven van wijze bewoners te dienen, onder de hoede eindelijk van oom Sijmen en tante Barbara, die mede niet ouder en niet anders schenen te worden, ontwaakte kleine Inez gaandeweg tot den zin des levens, niet verrast de schoonheid harer kinderdroomen in dezen levensmorgen weer te vinden.

In deze jaren was Inez zoo snel gegroeid, dat allen zich verbaasd hadden en niet het minst Peter, wanneer hij, na maandenlange afwezigheid terugkeerend, haar opnieuw eenige duimen gewassen vond. Zij was nu zeventien jaar en bijna zoo groot als Peter, maar even rijzig als deze hoekig was en zoo rustig in haar bewegingen, dat die van hem, wanneer zij samen waren, nog meer dan anders hortend en stootend schenen. Haar huid was een weinig matter geworden ondanks

Sluiten