Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

255

op Peters schrijftafel lagen, maar waarvan zijn geoefende blik de wezenlijke orde aanstonds doorzag. Soms bladerde hij in éen der lijvige boekdeelen, waarin duitsche geleerden de uitkomsten van hun wijsgeerig en taalkundig onderzoek betreffende dezen of genen denker der Oudheid hadden samengevat en hij stelde vragen, die bestemd schenen Peter uit zijn idealistische stellingen te lokken, opmerkzaam luisterend, wanneer deze, zijn feilen blik naar binnen gekeerd, langzaam en nadrukkelijk sprak. En als hij ten slotte heen ging, volgde Peter hem in zijn verbeelding, gelijk bij straks zou snellen door de velden, waarover de vroege winternacht reeds donkerde, eenzamer en vermoeider na dezen blik op hoogten, die voor hem nooit meer dan luchtspiegelingen geweest waren?

Peter bezocht Leiden vrijwel alleen om de lessen der hoogleeraren te volgen en de eenige, die hem van tijd tot tijd bezocht, was Arthur. Tegenover de zee vond Arthur de juiste vergelijking van hun beider leven, hijzelf eerlang een stuurloos wrak, een prooi van kolk en rif, Peter, het welbemande, snelzeilende schip, dat zijn kostbare lading in veilige haven zou voeren. Arthur was niet gelukkig; hij bewoonde een paar oude, prachtige kamers, waar anders dan op het Rapenburg

Sluiten