Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

260

met warmte en de mollige konijnen buitelden als vroeger door de stugge helm.

Zoo naderde het oogenblik van Peters terugkeer naar Arnhem. De zon rees stralend boven de duinen, toen hij in alle vroegte het blokhuis verliet en gedurende de gansche reis was zijn stemming van een kinderlijke blgmoedigheid, zoodat onverpoosd liederen ruischten door zijn hoofd, die hij echter, gezien de vele buitenlieden, die zijn derde klasse vulden, niet durfde zingen noch fluiten. Toen de trein in Arnhem stopte, bleven de laatste wagons buiten de kap, zoodat oom Sijmen en Inez Peter zochten in het volle zonlicht en Inez' stil gezicht door een gulden schijn omhuif d werd. Haar handdruk scheen hem ditmaal inniger, schoon haastiger dan vroeger en haar stem klonk zoo zacht, dat hij haar in zoete verbazing aankeek. Zoo moest oom Sijmen hem opmerkzaam maken op den langen, hoekigen kruier met zijn bruine sik, wien Peter doorgaans bij aankomst zijn valies placht te geven en die al, tikkend aan zijn pet, naderbij was gekomen. Buiten, op het zonnige, hellende plein zagen Inez en Peter elkaar aan en zoo bewogen van beheerschte ontroering was haar gezicht, dat hij zijn gevoelens en gedachten voelde wervelen op wonderlijke manier. Zij gingen huiswaarts door de kalme drukte der winkelstraten

Sluiten