Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

266

hoorden zijn stappen galmen in de duisternis, waarna hij terugkeerde tot den lichtkring, doemend gelijk een spook uit verborgen gewesten; dan beklommen de reizigers de wenteltrap, waar in bange nachten het houten been van een voorvader spookte, vergezeld van een zwarte kat en die voerde naar de torenkamer, waarin het kind zich zoo deerlijk belaagd voelde, wanneer de najaarsstormen huilden over de streek en de winden op lichte voeten slopen tot zijn deur of steunden met langgerekte klachten onder de sombere gewelven der eeuwenoude kelders. En eindelijk bereikten zij den Mont St. Michel, het gothisch kleinood, waarboven een melkige hemel zich welfde, gelijk Maupassant had geschreven in een boek, dat voor Peter een openbaring was geweest in de verre dagen, toen hij na schooltijd haastig naar de leeszaal klom onder de hanebalken van het oud gebouw.

Zoo zagen Inez en Peter de dingen dezer wereld schooner in de straalbreking van het verleden en als Inez zich des avonds, dikwijls in het schijnsel eener kaars, vermoeid en langzaam ontkleedde, voelde zij haar stemming volzalig worden in het besef, dat zij nu van alle onrust vrij was. Zoo zwaar van geluk had ook Peter zijn hart nooit gevoeld en vaak, wanneer hij de aarde verzadigd

Sluiten