Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

282

vingeren kneedde, hij droogde de tranen, die zwollen in haar oogen en hij zeide:

— Inez, misschien zijn onze wegen toch bestemd uit elkaar te gaan, maar hoe het zij, je hebt mij gered en dat is misschien de zin van dit alles geweest...

Na dit gesprek werd hun omgang weer gelijk hij vroeger was geweest. Zij meden Inez' kleine kamer en toefden doorgaans in de stemmige huiskamer, waarvan het aanzien niet meer zoo vertrouwd als vroeger was. Zij volgden niet meer de stille buitenwegen, waar Peter Inez' arm nam en liever mengden zij zich in de marktdrukte of gingen winkelen des namiddags.

Alleen dus zwierf hij langs de wegen, die hij in zijn kinderjaren had gevolgd. De winter was zachter geworden en de sneeuw gesmolten, de dagen waren grijs en de bosschen zoo stil als in het najaar, wanneer het langzaam verkleuren dei: bladeren het groote sterven verkondigt. Het aardappelloof geurde niet meer op de eenzame landwegen, gelijk zij zich slingerden tusschen glooiende akkers; maar hij herdacht de doordringende geuren en de verre wandelingen met zijn speelgenooten, de rumoerige makkers, die hem weldra verloochenen zouden. Hij herzag de houthakkers en landbouwers, waarmede hij indertijd menig

Sluiten