Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

285

naar buiten. De zee was hol en telkens vervloog het gele schuim in vlokken en rafels op de kammen der golven. Snel dreven de lage regenwolken landwaarts, maar rustig zweefden de spiedende zeevogels boven de zware branding. Toen hechtten zijn blikken zich aan een schip, dat moeizaam bewoog aan den wilden einder en opeens stokte zijn adem, hij stond op, maar ging weer zitten als door een duizeling bevangen, en zijn hart begon te jagen met zware, snelle slagen. Zoo vergingen enkele minuten totdat de slagen allengs flauwer werden en, starend naar het schip, dat nauwelijks vorderde aan den verwarden horizon, scheen het hem als had hij alle landen der aarde bereisd en alle zeeën bevaren en als was hij zatter van herinneringen dan wanneer hij duizend jaren telde.

Een paar maanden later meldde hem oom Sijmen, dat Inez bedlegerig was, erg slapeloos en neerslachtig, voorts, dat een jonge man, die sedert eenige weken tot griffier bij de rechtbank te Arnhem was benoemd en dien Inez bij kennissen ontmoet had, zijn opwachting op de Rijnkade was komen maken. Hij heette Erwin Rodeck, maakte een aangenamen indruk en had merkwaardigerwijze uit portretten Peter meenen te herkennen als den eenzamen wandelaar, dien hij eens tijdens een rit in de duinen des winters had ontmoet.

Sluiten