Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

21

(Middelharnis) van Corn. Dit moet dus een vergissing zijn.

De zoon van Corn.: Johannes was eerst werkzaam in Rotterdam en later in den Haag. We hebben van hem 5 klokken uit de jaren 1681—1709. Van Pieter Oostens Rotterdam hebben we twee klokken uit 1668 en '72.

Van Arent van de Put Rotterdam hebben we 4 klokken uit de jaren 1609—'20. Is hij dezelfde als de Arnolt van Putten, die in 1606 een klok goot voor Heer-Oudelandsambacht? Van Jan Ghisberts Potghijter is een gescheurde klok uit 1472

aanwezig in het Zwolsche Museum. Van Jan en Willem Philipsen, wier namen we later in verband met de van Trier's nog zullen ontmoeten, hebben we 3 klokken uit 1623, '24 en '25 en van Johan Philipsen 3 klokken uit 1643, '45, '46 (alle 6 in Gelderland). Van de familie Petit, de voorouders van de klokkengietersfirma te Aarle-Rixtel, noem ik hier de namen, met de jaartallen van de voorkomende klokken en het aantal.

Joseph 1721 of '24 — 1 —

Jean 1737—'57 — 6 —

Alexius en Petrus 1758—'63 — 8 —

Xaverius en Peter 1761 — 1 —

Alexius 1766 — 7 — (in carillon Goes)

Alexius en Zonen 1772 en '75 — 3 —

Alexius en Henricus 1773—'76 — 7 —

Alexius 1770—'80 — 3 —

Petit en Zonen 1786 — 1 —

Alexius 1801—'28 — 5 —

Henricus 1783—1815 — 11 —

Petit en Fritsen 1816—1900 — 75 — waarbij 14 carillon Heusden, 14 carillon Hilvarenbeek, 11 carillon Rijksmuseum.

Petit en Fritsen zonder jaartal — 8 — Van Johan Nicolaus de Rock te Hoorn hebben we een klok van 1755.

Waren Theodorius Rosé, die een klok van 1495 in Ierseke heeft hangen, en Pieter Rockees, die in 1755 een klok goot voor Waverveen, Nederlanders?

Van Goebel Zael (of Sael), die in 1529 klokgieter was in Amsterdam, vinden we 5 klokken uit de jaren 1523—'40.

Van Johannes Specht Rotterdam, hebben we 7 klokken uit de

Sluiten