Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

varieerende van 101 tot 103 % voor de 4 % pandbrieven, bezwaren verbonden waren, welke nog meer geaccentueerd werden in de latere jaren, toen, bij een stijgenden rente-standaard, de verkoop-koersen dier pandbrieven hoe langer hoe lager werden, terwijl die pandbriefhouders de kans op intrekking tot pari-koers, volgens het oude uitlotings-systeem, missende, juist alleen in verkoop tot die steeds lager wordende koersen een middel vonden, hun bezit te gelde te maken.

In verband hiermede stelde de Rijkspostspaarbank in het jaar 1905 voorwaarden op, waaraan de hypotheekbanken zouden moeten voldoen, opdat hare pandbrieven bij die instelling in aanmerking zouden kunnen komen voor belegging en daarin werd bepaald, dat, indien de hypotheekbanken niet al de door haar ontvangen aflossingen harer hypothecaire leeningen tot aflossing van pandbrieven (door intrekking tot 100 % na uitloting volgens het oude systeem) bezigden, zij zich moesten verbinden, telken jare ten minste 10 % van het bedrag der door de Spaarbank van die Bank genomen pandbrieven terug te nemen. Dit uitsluitend ten voordeele van de Rijks-Postspaarbank strekkende beding werd allengs door meerdere beleggings-instituten overgenomen en zoo ontstond onder de beleggers een soort wedloop in het afdwingen van privi-

26

Sluiten