Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„ Hier is 'n koekie, en boven krijg je d'r nog een , probeerde tante Toos 't met 'n zoet lijntje gedaan te krijgen; „zeg je oom goeiennacht, dan komt Koert daa lijk boven....

Maar nee. 't Zat niet glad. 't Kind, opstandig door de nog niet afgeruimde tafel, bang voor t noodweer, dat de vensters betrommelde, de portretten aan den wand tegen 't behangsel dee klepperen en den schoorsteen met dreunend gestommel door-gromde, Het zich languit op den grond vallen, was eerst tot bedaren te brengen, toen moeder in zooverre toegaf, dat ze 't beetje vaatwerk de keuken indroeg, en eerst toen van 'r macht gebruik maakte. Koert liep tegelijk de trap mee op, bleef'r bij, terwijl tante Toos de kort-geknipte krullen, tegen honderd-en-een-protesten, dat ze haren mee uit-trok, lokje voor, lokje na, kamde, en de morsige pootjes 'n stevige zeep-beurt gaf.

„Goddank", zee Toos, in de benedenkamer terug: „'t is 'n engel van 'n meid, 'n kind om gek mee te wezen, maar ik ken 's avonds me weelde niet an, as ze veilig in bed leit, en 'k effen voor mezelf mag hebben—"

Ze zocht 'r bril en Ko zocht mee, maar ze hadden den heelen nacht kunnen blijven zoeken, want Leentje, die 't brillehuis gemoerd had, zat in 't bed boven naar de avonturen van Koert op de Gloeilampenfabriek, die nou eerst in kleuren en geuren los kwamen, omdat niemand met zulke ouwe oogen van luistering over 'm kon zitten als 't zusje onder den wingerd van blonde krullen —

29

Sluiten