Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tige kamer, maar de voorwerpen sterven 'r in.

Dat vreemde, waaraan ge niet moogt tornen, omdat in 't leven van ieder, heel vroeg of heel laat, zulke verkillende wonderen gebeuren, had niet in die ontredderende mate, maar toch waarneembaar en slóopend, in 't woninkje van de moeder van den glasblazer rond-gegrepen, omdat 't kostelijkst ding, 't diep-innerlijkst mekaar vertrouwen, 't geen geheimen voor elkander hebben, door de wnjvinkjes en invretende vervreemding — en vooral door de oogen van Friedel AVetter —< gevlucht was. Van af r eerste bezoek had 't slanke, toch kleine Duitsche meisje, dat haast geen voetstap in 't Philipsdorp had versleten, omdat ze huismoedertje in plaats van 'r ziekelijke, bedlegerige moeder was, tante Toos, die niet zoo rap meer kon, al wou ze 't niet

weten, van ivo en ae Kinaeren nog meer verwijderd, en zelfs «Jo, 't zoontje van den man, die z'n laatste weken in de Strafgevangenis uit-zat, dee stug en ingehouden-vijandig, alsie met z'n uileoogen gastvrijheid genoot. Friedel, met 'r on-germaansch gezichtje, droomerig Madonna-vrouwtje,blank,bijna pop- / perig, als ze met 't in twee /// helften gestreken haar en de ///A boven de roze oortjes gewen- JnjA telde vlechtjes onder 't lamp- mmjfe licht, dat 'r gazelle-kopje, 'r jn$È bijna doorschijnend neusje en

Sluiten